Hoe ziet de aardappelteelt van de toekomst eruit als de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen afneemt, de ziektedruk toeneemt en het klimaat verandert? Die vraag stond centraal tijdens een informatiemiddag afgelopen zomer bij het biologische en regeneratieve akkerbouwbedrijf Hoalderkamp van Theo Nieuwenhuis in Didam.
De bijeenkomst bracht twee perspectieven bij elkaar: technologische innovatie en veredeling aan de ene kant en het versterken van de weerbaarheid van bodem en gewas aan de andere kant. Juist die combinatie leverde interessante inzichten op voor de zoektocht naar een toekomstbestendige aardappelteelt.
Een deelnemer vatte het na afloop treffend samen: “Heel informatief, mooi contrast tussen Frank ‘technische oplossing’ en Theo ‘weerbaar’.”
De aardappelteelt staat voor grote uitdagingen
Nederland speelt wereldwijd een belangrijke rol in de productie en export van pootaardappelen. Frank van der Werff ging, mede namens Sandra Wolters van HZPC, in op ontwikkelingen die de aardappelteelt de komende jaren sterk kunnen beïnvloeden.
De beschikbaarheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen neemt af, terwijl de ontwikkeling van resistente rassen tijd kost. Tegelijkertijd neemt de ziektedruk toe en krijgen telers te maken met klimaatverandering, verzilting, verdroging en extremer weer. Ook vanuit wet- en regelgeving en afnemers worden steeds strengere eisen gesteld.
Oplossingen worden onder meer gezocht in geïntegreerde gewasbescherming, precisielandbouw, regeneratieve landbouw en veredeling. Een interessante ontwikkeling is de hybride aardappel. Hierbij wordt botanisch zaad gebruikt om aardappelknollen te produceren. Dat kan de ontwikkeling van nieuwe rassen versnellen en maakt het gemakkelijker om uitgangsmateriaal naar moeilijk bereikbare gebieden te vervoeren.
Weerbaarheid begint bij bodem en plant
Bij Theo Nieuwenhuis stond een andere vraag centraal: hoe kun je het landbouwsysteem zelf weerbaarder maken? Nieuwenhuis startte in 2018 met Hoalderkamp in Didam en schakelde het bedrijf in 2021 om naar biologisch. Inmiddels experimenteert hij met verschillende regeneratieve principes en technieken.
Een belangrijk uitgangspunt is de samenwerking tussen planten en het bodemleven. Nieuwenhuis verwees onder andere naar de rhizophagy cycle, waarbij micro-organismen een rol spelen bij het beschikbaar maken van voedingsstoffen voor planten.
Ook wordt geëxperimenteerd met mulch in de aardappelteelt. Dit jaar gebruikt het bedrijf daarvoor een gehakselde groenbemester. De aanpak is nog volop in ontwikkeling. Volgens Nieuwenhuis is de huidige mulchlaag bijvoorbeeld nog niet dik genoeg, maar zijn er al wel voordelen zichtbaar.
Juist dat experimenteren, observeren en vervolgens bijsturen is een belangrijke les uit de praktijk op Hoalderkamp.
Leren kijken naar bodem en gewas
Op Hoalderkamp wordt op verschillende manieren gekeken naar de conditie van bodem en gewas. Zo maakt het bedrijf zelf compostthee op basis van wormencompost. Deze wordt onderzocht op de aanwezigheid van verschillende organismen om meer inzicht te krijgen in de kwaliteit.
Ook kijkt Nieuwenhuis naar planten die spontaan op het land verschijnen. Deze kunnen mogelijk aanwijzingen geven over wat er in de bodem gebeurt, bijvoorbeeld rond beschikbare voedingsstoffen of bodemverdichting.
Daarnaast worden Brix-waarden gemeten als een van de manieren om naar de conditie van het gewas te kijken. Tijdens het veldbezoek vertelde Nieuwenhuis bijvoorbeeld over verschillen die hij waarnam tussen aardappelplanten die wel en niet waren aangevreten door de coloradokever.
Deze voorbeelden illustreren dat regeneratief werken geen vast recept kent. Het vraagt om goed kijken naar de bodem, het gewas en het hele landbouwsysteem en op basis daarvan keuzes maken.
Diversiteit in teelt én verdienmodel
Tijdens het veldbezoek zagen de deelnemers verschillende vormen van strookteelt. Ook agroforestry maakt onderdeel uit van het bedrijf. Zo zijn op een perceel hazelaars aangeplant, waarmee wordt onderzocht hoe bomen het microklimaat en het functioneren van het perceel kunnen beïnvloeden.
Diversiteit komt ook terug in het verdienmodel. Granen en peulvruchten worden gecombineerd geteeld en een deel van de oogst wordt in eigen beheer verwerkt tot pasta en verkocht.
Daarmee gaat regeneratieve landbouw op Hoalderkamp verder dan alleen de manier waarop een aardappel wordt geteeld. Bodem, gewassen, biodiversiteit en verdienmodel worden zoveel mogelijk als onderdelen van één bedrijfssysteem bekeken.
Samen werken aan de aardappelteelt van de toekomst
De middag liet zien dat er waarschijnlijk niet één oplossing bestaat voor de uitdagingen in de aardappelteelt. Nieuwe rassen en technologie kunnen bijdragen aan een toekomstbestendige teelt. Tegelijkertijd ligt er een belangrijke kans in het versterken van de natuurlijke weerbaarheid van bodem en gewas en het verminderen van de afhankelijkheid van externe inputs.
Voor ReGeNL is juist die combinatie interessant: hoe kunnen kennis, technologie en veredeling worden verbonden met regeneratieve principes en de praktijkervaring van boeren?
Daarom wil ReGeNL een boerenleernetwerk rondom regeneratieve aardappelteelt opzetten. Hierin kunnen boeren ervaringen delen en samen kennis opbouwen over onder andere robuuste aardappelrassen, niet-kerende grondbewerking, mulchen en het verminderen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest.
Interesse in het boerenleernetwerk?
ReGeNL zoekt akkerbouwers binnen én buiten het programma die geïnteresseerd zijn in regeneratieve aardappelteelt en hierover kennis en ervaringen willen uitwisselen.
Wil je deelnemen of meer weten? Stuur een e-mail naar regeneratievelandbouw@wur.nl ter attentie van Annelies Beniers, coördinator kennisvragen boeren van ReGeNL.
