Wie werkt aan de transitie naar regeneratieve landbouw, kent het gevoel: je bent een druppel op een gloeiende plaat. Een kleine schakel in een groot en weerbarstig systeem. Met die metaforen opende de verdiepende dag over duurzame markttransities begin dit jaar op Campus Fryslân.
Tijdens de bijeenkomst kwamen boeren, ketenpartners, banken, overheden, ngo’s en kennisinstellingen samen om drie regeneratieve initiatieven onder de loep te nemen: regeneratieve suikerbiet, Naakte Haver en de gebiedsofferte van drie agrarische collectieven in Noord-Nederland. Dat deden ze onder begeleiding van adviesbureau NewForesight en aan de hand van het TransMissie-raamwerk, een aanpak die helpt om onderliggende knelpunten bloot te leggen en gerichte interventies te bepalen.
Heldere communicatie
Bij de regeneratieve suikerbiet bleek de markt een hardnekkige barrière. Een belangrijke stap in het doorbreken van deze marktbarrières is heldere communicatie over de kosten voor de boer en de baten voor de maatschappij. Door inzichtelijk te maken wat regeneratieve landbouw oplevert zoals betere bodemkwaliteit, meer biodiversiteit en verbeterd waterbeheer ontstaat meer begrip en waardering in de keten. Kennisinstellingen kunnen hierbij een cruciale rol spelen door deze maatschappelijke meerwaarde te onderbouwen en te vertalen naar concrete, meetbare resultaten.
Naamsbekendheid
De coöperatie achter Naakte Haver worstelt met naamsbekendheid en positionering. Het gewas biedt gezondheidsvoordelen en kortere ketens, maar de koppeling tussen landbouw, voeding en gezondheid krijgt nog onvoldoende erkenning. Samenwerking met chefs en diëtisten, en aansluiting bij bredere toekomstvisies, kunnen daar verandering in brengen.
Koppeling aan bestaande doelen
De gebiedsofferte, waarbij drie agrarische collectieven in Noord-Nederland (Noardlike Fryske Wâlden, Collectief Groningen West en Collectief Midden-Groningen) maatschappelijke diensten van boeren integraal willen waarderen, stuit op onvoldoende herkenning bij overheden. Strategische koppeling aan bestaande doelen rondom water, klimaat en biodiversiteit kan het initiatief meer draagvlak geven.
Gerichte interventies
Wat de drie de initiatieven met elkaar gemeen hebben: ze vragen niet om één grote doorbraak, maar om gerichte interventies op de juiste plekken. En niemand hoeft dat alleen te doen. Juist in de samenwerking tussen boeren, marktpartijen, overheden en kennisinstellingen ligt de kracht. Samen ben je geen druppel meer op een gloeiende plaat, maar een emmer water. En dat maakt een groot verschil.


