Partner in the spotlight: FrieslandCampina

     

 

 

 

Minder kunstmest, meer biodiversiteit, gezonde bodems én een rendabel bedrijf. Voor Sanne Griffioen-Roose, Director Farm Sustainability bij ReGeNL-partner FrieslandCampina, is verduurzaming in de zuivelsector niet zomaar iets wat je doet omdat het goed klinkt. Het is cruciaal voor het voortbestaan van de melkveebedrijven én de zuivelonderneming. ‘De uitdagingen zijn groot. Maar de kansen ook, als we samen durven op te schalen.’

Sanne Griffioen-Roose weet waar ze het over heeft. Ze werkt sinds 2013 bij FrieslandCampina en houdt zich al acht jaar bezig met het verduurzamen van de melkveehouderij. Ze is betrokken bij de ontwikkeling en implementatie van diverse duurzaamheidsinnovaties en programma’s op het erf.

Holistische aanpak
Centraal staat een holistische aanpak, met meetbare resultaten. ‘We sturen op wat aantoonbaar werkt en belonen resultaat. Zo maken we impact die ook loont voor de boer,’ benadrukt Griffioen-Roose. Leden-melkveehouders van FrieslandCampina ontvingen afgelopen jaar 224 miljoen euro voor hun duurzaamheidsinspanningen op het gebied van klimaat, biodiversiteit en dierenwelzijn.
Centraal in de aanpak van FrieslandsCampina staat ook samenwerken, van lokaal en intern tot (inter)nationaal. Dat is volgens de Director Farm Sustainability nodig om echte verandering in gang te zetten: ‘Of je nu intensief of extensief, biologisch of gangbaar werkt: ieder type bedrijf kan op zijn eigen manier betekenisvolle stappen zetten.’

Toekomstbestendige zuivel
Wat betekent duurzaam melk produceren voor een melkveehouder? Griffioen-Roose somt op: ‘Het gaat om het verminderen van broeikasgasemissies, verantwoord landgebruik, het versterken van biodiversiteit, een goed leven voor de koe, en dat met goede inkomsten.’

Een complex vraagstuk dus, zonder standaardoplossing. ‘Je moet kennis hebben van allerlei verschillende duurzaamheidsonderwerpen, zoals klimaat, bodem, dierenwelzijn, biodiversiteit. Je moet experimenteren met nieuwe praktijken. En je hebt partners in de keten nodig die met je mee willen bewegen,’ vervolgt ze.

Van pilot naar praktijk
ReGeNL, waar FrieslandCampina al sinds de oprichting partner van is, is een mooi voorbeeld van samenwerking tussen ketenpartijen. ‘Via ReGeNL zetten momenteel zestig van onze leden-melkveebedrijven concrete stappen richting een landbouwsysteem dat bodemherstel, biodiversiteit en een toekomstbestendig verdienmodel voor de melkveehouder centraal stelt. We werken met universiteiten en kennisinstituten aan onafhankelijke indicatoren en drempelwaarden; want we willen goed kunnen meten welke maatregelen welke impact hebben. We onderzoeken ook hoe we melkveedrijven kunnen faciliteren bij het toepassen van deze praktijken en zo te bewegen naar een toekomstbestendiger systeem.’

Krachtig signaal
Griffioen-Roose is enthousiast over de pilot die afgelopen jaar is gestart samen met LidL. ‘Dat een grote supermarktketen als LidL instapt bij het opschalen van regeneratieve landbouwpraktijken is een krachtig signaal naar de sector. Het geeft vertrouwen bij boeren die twijfelen of de markt hun inspanningen wel waardeert. En het inspireert andere retailers om ook die stap te zetten.’

‘Bovendien hebben we commitment van bedrijven nodig om echt op te kunnen schalen,’ benadrukt ze. ‘We kunnen de lasten niet alleen bij de boer neerleggen, die moeten we met de hele keten op ons nemen. Verduurzaming van de melkveehouderij vraagt van boeren dat ze investeren in verandering, terwijl de opbrengsten niet altijd direct zichtbaar zijn. Als retailers financieel meebewegen én afname garanderen, wordt de transitie voor boeren een stuk haalbaarder.’

Internationaal afstemmen
FrieslandCampina richt haar pijlen bij verduurzaming niet alleen op Nederland. Zo lanceerde het bedrijf in oktober 2024 samen met Arla, DSM-firmenich, Danone en Rabobank het Future Fit Dairy Initiative (FFDI): een Europese samenwerking gericht op toekomstbestendige landbouw in de melkveehouderij. Via pilotboerderijen in tien Europese landen test het FFDI regeneratieve praktijken op vijf kerngebieden: bodemgezondheid, biodiversiteit, water, klimaat en het levensonderhoud van boeren.

De ambitie is om tegen het jaar 2027 gezamenlijk duizend melkveebedrijven bij het initiatief te betrekken, als katalysator voor het bereiken van duizenden andere boeren in Europa drie jaar later. De partners werken hierbij samen met het Sustainable Agriculture Initiative (SAI) Platform – een wereldwijd initiatief gericht op duurzame landbouw in de voedingsindustrie – aan een geharmoniseerd systeem voor monitoring en validatie van de uitkomsten.

Verschillende landen en klimaten
‘Via FFDI leren we welke aanpak en maatregelen wel – en welke niet – werken in verschillende landen en klimaten,’ zegt Griffioen-Roose. ‘Maar minstens zo belangrijk: we stemmen standaarden op elkaar af. Als je alleen op nationaal niveau kaders definieert, worden die mogelijk niet erkend door mondiale spelers. Met FFDI willen we ervoor zorgen dat onze inspanningen hier in Nederland ook internationaal worden erkend.’

Bouwen op wat werkt
Griffioen-Roose ziet voor ReGeNL vooral kansen in het versterken van wat al loopt. ‘Er zijn talloze mooie pilotprojecten in de Nederlandse landbouw, maar de impact blijft vaak beperkt tot een handjevol boeren. Door als collectief te werken, kunnen we bewezen modellen echt opschalen. Dat betekent: meer boeren bereiken, financiering op orde krijgen en de samenwerking met ketenpartners, zoals afnemers van zuivel, uitbreiden.’

Een derde, en belangrijke kans, ligt in het zichtbaar maken van koplopers. ‘Er zijn boeren en bedrijven die al jaren goede resultaten boeken op zowel klimaat als biodiversiteit, dit met hele diverse bedrijfsvoeringen. Als we hen in de schijnwerpers zetten, inspireren we anderen en houden we het momentum vast.’

Samenwerking optimaal benutten
Voor Griffioen-Roose is de koers helder: geen extra initiatieven uit de grond blijven trekken, maar bestaande samenwerkingsverbanden optimaal benutten. ‘Het ReGeNL-programma heeft enorm veel potentieel. We kunnen nog veel meer boeren laten meedoen, nieuwe oplossingen testen en nog meer partners bij het initiatief betrekken. We moeten ervoor zorgen dat wat we opzetten ook echt landt in de praktijk en maximale impact heeft.’

Het is een les die Griffioen-Roose graag deelt met anderen in het voedselsysteem: bouw voort op wat werkt. ‘De transitie naar toekomstbestendige landbouw is al complex genoeg. Geen enkele boer, geen enkel bedrijf heeft dé oplossing. Maar als we onze expertise bundelen, elkaar versterken en samen opschalen, komen we een heel eind.’